De Luisterkamer: Thomas Vanelslander

Maandagen, Laaghangende Gitaren en de Kunst van Minder

Het is maandag. Voor de meesten een dag om te overleven, voor Thomas Vanelslander een beetje zijn favoriete dag. Misschien is dat wel het mooiste aan mensen die hun leven lang met muziek bezig zijn geweest – ze hebben geleerd de schoonheid te zien in wat anderen over het hoofd zien.

Terwijl we samen aan de toog van de Gold Listening Bar in Gent zitten, met zijn stapel vinylplaten tussen ons in, besef ik dat Thomas precies het soort gast is waar De Luisterkamer voor gemaakt is. Geen muziekgeleerde die indruk wil maken met obscure kennis, maar een sideman die decennia lang zijn oor te luisteren heeft gelegd bij Gorki, Arbeid Adelt!, K's Choice en Arno. Een muzikant die weet dat het mannetje of het vrouwtje achter de gitaar veel meer verschil maakt dan het instrument zelf.

Een Masterclass Top Gun en The Ramones

We beginnen met een glimlach. Thomas vertelt over de guilty pleasure die geen guilty pleasure hoeft te zijn – de soundtrack van Top Gun die op een dag onrechtmatig uit zijn collectie verdween. Het is een verhaal dat elke verzamelaar kent: die ene plaat die je eigenlijk niet zou moeten missen, maar die je toch blijft zoeken.

Dan pakt hij een LP van The Ramones. Het is tijd voor een masterclass.

"Van The Ramones heb ik geleerd dat een gitaar heel laag moet hangen om ze goed te kunnen bespelen," zegt Thomas. "Heel laag."

Het klinkt simpel, maar het is een van die inzichten die je alleen krijgt door te doen, niet door te lezen. Johnny Ramone's legendarische lage gitaarhouding was geen pose – het was functie. Die houding maakte zijn relentless downstrokes mogelijk, die mechanische precisie waarmee hij punk rock zijn sonische blauwdruk gaf. Het is de belichaming van Thomas' filosofie: beperkingen omarmen om tot essentie te komen.

Wanneer "Havana Affair" uit de speakers komt, hoor je het meteen. Geen virtuoos gitaarwerk, geen ingewikkelde akkoorden. Gewoon drie akkoorden, snelheid en attitude. Maximum effect met minimum middelen.

Grumpy Old Men en de Kracht van de Speler

Neil Young & Crazy Horse's "Cortez the Killer" neemt ons mee naar ander terrein. Waar The Ramones minimalisme als wapen gebruikten, is dit maximalisme in dienst van emotie – een eindeloze, hypnotische gitaarsolo die niet indruk wil maken maar wil voelen.

"Het gaat om het mannetje of het vrouwtje," legt Thomas uit. "Veel meer dan om het instrument of de versterker waarop je speelt."

Het is een les die hij in zijn hele carrière heeft toegepast. Als sideman werk je met wat er is, pas je je aan aan andermans visie, maar breng je altijd jezelf mee. Die balans tussen dienstbaarheid en eigenheid is wat goede muzikanten van geweldige onderscheidt.

We filosoferen een beetje als grumpy old men die het vroeger toch wel beter vonden. Maar het is geen nostalgie – het is het herkennen dat sommige dingen in muziek tijdloos zijn omdat ze menselijk zijn.

Schoonheid in het Duistere

Nine Inch Nails' "All The Love In The World" is een keuze die me verrast, maar die meteen logisch voelt wanneer Thomas erover praat.

"Het getormenteerde van de zanger," zegt hij. "Die zoektocht naar het duistere, maar altijd met schoonheid en kwetsbaarheid."

Het nummer begint bijna melancholiek, Trent Reznor's stem zacht en kwetsbaar: "Why do you get all the love in the world?" Pas halverwege barst het open – drums, piano, elektrische bas – maar die kwetsbaarheid blijft. Het is een perfecte illustratie van wat Thomas zoekt in muziek: contrast, dynamiek, emotionele eerlijkheid.

Ik voeg Bert Jansch's "Angie" toe – een heel ander soort gitaarspel, het soort waarbij je altijd denkt dat er twee gitaristen aan het werk zijn. Jansch's fingerpicking techniek is legendarisch, maar wat Thomas fascineert is niet de techniek zelf, maar wat die techniek mogelijk maakt: complexe emoties uitdrukken met zes snaren en tien vingers.

Old Pal

  • 60 ml rye whiskey (of bourbon voor een zachtere versie)

  • 30 ml droge vermouth

  • 30 ml Campari

Roer met ijs, strain in een gekoelde coupe. Simpel, effectief, onversneden.
Zeef in een gekoeld Nick & Nora of coupe glas

 

Ergens tussen Neil Young en Nine Inch Nails schenk ik een Old Pal.

De geschiedenis van deze cocktail brengt ons terug naar het Parijs van de jaren '20, naar Harry's New York Bar en de Amerikaanse expatgemeenschap die de Prohibitie ontvluchtte. Harry MacElhone, de eigenaar, creëerde tal van klassiekers in die tijd, waaronder de Boulevardier. De Old Pal – genoemd naar sportjournalist William "Sparrow" Robertson van de New York Herald Tribune – is eigenlijk een variatie op die Boulevardier: rye whiskey in plaats van bourbon, droge vermouth in plaats van zoete.

Het resultaat is droger, kruidiger, directer. Precies zoals Thomas' carrière: rye whiskey voor de rauwe, elektrische kant (Arno, Lanegan, Nine Inch Nails), droge vermouth en Campari voor de melodische finesse (Wilco, Eefje de Visser). Tijdloos en veelzijdig, net als goed sidemanwerk.

 

Muziek als Kapstok voor je Leven

Eefje de Visser's "De Parade" brengt het gesprek naar persoonlijker terrein. Voor Thomas is dit echt een corona-plaat, een bijzondere uit een niet-makkelijke periode.

"Muziek is zoveel meer dan de plaat of de song," zegt hij. "Het is ook hoe jij je voelt en op welk moment in je leven je het voor het eerst hoort. Muziek is de kapstok waaraan je je leven ophangt."

Het is een van die observaties die zo waar zijn dat je ze bijna over het hoofd ziet. We gebruiken muziek om herinneringen op te slaan, om emoties te verankeren, om tijd te markeren. Die eerste keer dat je verliefd werd – er was muziek. Die zomer die je nooit zult vergeten – er was een soundtrack.

Van daaruit gaan we een gesprek aan over hoe belangrijk of onbelangrijk teksten eigenlijk zijn. Thomas stelt dat je als luisteraar vaak hoort wat je wil horen, ongeacht wat er echt gezongen wordt. Ik denk dat hij gelijk heeft – hoeveel klassiekers kennen we waarvan we de tekst verkeerd verstaan hebben, maar die juist daardoor persoonlijk betekenisvol werden?

Dad Rock en Muzikantenmuziek

Prince & The Revolution's "Take Me With You" brengt pure vreugde, voordat Wilco's "Impossible Germany" de sfeer weer introspectief maakt.

"Dad rock?" vraagt Thomas met een glimlach. "Muzikantenmuziek?"

Wilco krijgt die labels vaak opgeplakt – te rustig voor de jeugd, te nerdy voor de massa. Maar "Impossible Germany" is een perfect voorbeeld van waarom dat onzin is. Nels Cline's gitaarsolo is niet virtuoos om te showen, maar om ruimte te scheppen. Elke noot ademt, elk moment heeft betekenis. Het is muziek die vraagt om aandacht, en die aandacht beloont.

Een Teleurstellende Bedevaart

The Afghan Whigs' "Fountain and Fairfax" sluit onze reis af met een anekdote. Thomas vertelt over zijn tijd in LA, toen hij in de Viper Room speelde en die iconische plek wilde bezoeken – de hoek van Fountain en Fairfax die Greg Dulli bezongen had.

"Dat bleek tegen te vallen," zegt hij droog.

Het is een mooie herinnering aan het verschil tussen mythe en werkelijkheid, tussen het beeld dat muziek creëert en de fysieke plekken waar die muziek vandaan komt. The Afghan Whigs maakten van een kruispunt in West Hollywood iets romantisch, iets geladen. De werkelijkheid is gewoon een kruispunt. Maar de muziek? Die blijft magisch.

Het kerkje op Fairfax Avenue


Luister elke eerste vrijdag van de maand tussen 16:00 en 18:00 naar Urgent.fm (105.3 FM) naar De Luisterkamer van Karen Willems.

De Luisterkamer wordt opgenomen in de Gold Listening Bar in Gent en is een programma van Fragile Circus in samenwerking met Urgent.fm en Joystick Audio.


Verder luisteren

Thomas' avond trok een lijn van The Ramones' heilige eenvoud naar de getormenteerde complexiteit van Nine Inch Nails, met als rode draad: het mannetje of het vrouwtje achter het instrument maakt het verschil. Laat me 5 albums voorstellen die dat pad verder verkennen:

1. Sonic Youth – Daydream Nation (1988)

Lee Ranaldo en Thurston Moore bewijzen dat twee gitaristen meer kunnen zijn dan de som der delen – mits ze begrijpen dat het om de speler gaat, niet om de gear. Hun alternate tunings en prepared guitars waren geen trucje maar noodzaak. Net als Thomas' filosofie: beperkingen omarmen om tot essentie te komen.

2. Mark Lanegan – Bubblegum (2004)

De Screaming Trees-zanger die na grunge zijn eigen pad vond. Bariton, fuzz en een parade van gasten (PJ Harvey, Josh Homme, Duff McKagan) – maar het blijft Lanegan's show. Precies wat Thomas bedoelt: het instrument of de band maakt niet uit, de stem achter de microfoon wel.

3. Bill Frisell – Nashville (1997)

Een avant-garde gitarist die country speelt – en het werkt omdat Frisell begrijpt dat genre minder belangrijk is dan intentie. Zijn telecaster klinkt anders dan die van ieder ander. Thomas zou het herkennen: dezelfde gitaar, totaal verschillende muziek.

4. Low – I Could Live in Hope (1994)

Slowcore-pioniers die met minimum middelen maximum emotie creëren. Drie akkoorden, langzaam gespeeld, met ruimte tussen de noten. Het tegenovergestelde van virtuositeit, maar minstens zo krachtig. De Ramones-les in een andere snelheid.

5. Gillian Welch – Time (The Revelator) (2001)

David Rawlings' gitaarspel op deze plaat is wat Thomas bedoelt met "het mannetje achter de gitaar." Geen effects, geen trucjes – gewoon vingers, snaren en gevoel. Americana die tijdloos is omdat het om de spelers gaat, niet om de productie.

 
Previous
Previous

New music 06.01.26

Next
Next

The Drift - december 025